Sage van de boze trol | verhalen uit Ede


Het verschil tussen legenden, mythen, sagen en sprookjes, vier vormen van epiek, is niet strikt. De genres kunnen overlappen. Gedeelde kenmerken zijn vooral dat de verschillende vormen bovennatuurlijke elementen bevatten, zoals onnatuurlijke gebeurtenissen, wonderbaarlijke locaties, magische voorwerpen, bovennatuurlijke wezens, monsters en helden. Rond Ede zijn veel van deze kenmerken aanwezig. Er gaan dan ook veel verhalen rond ...


Ede en de boze trol
Boven op de Paasberg stond een trol. Hij keek met een gemene grijns uit over het dorp Ede. De trol hield niet van de schoonheid van het landschap. Het dorp, met zijn groene bomen, goudgele korenvelden en landelijke uitstraling, was hem een doorn in het oog. Hij had daarom een plan bedacht. Hij wilde de schoonheid van Ede langzaam laten verdwijnen. Hij wist dat het jaren zou kunnen duren, maar hij was ervan overtuigd dat het hem zou lukken. Naast zich had hij een zware zak liggen. Hij tilde die op zijn schouders en liep de Paasberg af. Na een tijdje zette hij de zak neer. Hij maakte hem open en haalde er een handvol gouden zaadkorrels uit. Die strooide hij uit over het dorp.

Zijn eerste zaad kwam terecht in de tuin van de Cavalje-stichting, vlak bij het landhuis. Daarna trok hij verder. Langs de Schoolstraat en de Bergstraat strooide hij telkens opnieuw zijn gouden korrels. Zelfs bij het oude kerkhof liet hij zijn zaad vallen; de korrels rolden tussen de grafstenen. Ook bij het huis van de heer Staf, waarvan de stenen muur met klimop was begroeid, zag hij een mogelijkheid. Via een laaghangende tak van een fruitboom klom hij naar de tuin en strooide daar opnieuw zijn zaad. De pastorie kreeg eveneens een portie. Vervolgens kwam de trol op de Markt terecht. Hij ging het Hof van Gelderland binnen en bestelde iets te drinken. Vanuit het gebouw kon hij de prachtige, groene Markt zien. Maar in plaats van ervan te genieten, werd hij er juist boos van. Ook dit stukje Ede vond hij veel te mooi.

Toen hij zonder te betalen wilde vertrekken, kwam een kelner achter hem aan. De trol grijnsde en de kelner werd daar behoorlijk zenuwachtig van. De trol betaalde uiteindelijk op zijn eigen manier: hij haalde een handvol gouden zaadkorrels uit zijn zak en gaf die aan de kelner. De kelner was natuurlijk blij met zo'n onverwachte beloning. Hij liep haastig terug over de Markt, maar struikelde. De gouden korrels vielen uit zijn handen en verdwenen tussen de klinkers en de wortels van de bomen. Slechts één korrel wist hij te behouden. De trol ging verder met zijn kwade werk. Hij strooide zaad bij de grote oude boom bij het postkantoor, bij de boom van de Bospoort en in de tuin van de pastorie van de Noorderkerk. Overal waar hij dacht dat mensen later waarde aan zouden hechten, liet hij zijn gouden zaad achter. En toen gebeurde wat de trol had gehoopt.

Het zaad begon te groeien.
Sommige zaden kiemden snel, andere deden er jaren over. Wie door Ede liep, kon volgens de schrijver de route van de trol bijna volgen. Hier en daar moest je zelfs een stukje teruglopen om zijn spoor te ontdekken. Het gouden zaad stond daarbij symbool voor speculatie, geldzucht en mooie beloften. Het groeide dankzij de woorden en beloften van projectontwikkelaars en speculanten. De wortels kregen ruimte door het geluid van de slopershamer. Langzaam verdween zo het oude, landelijke Ede. Je vraagt je af of aan het einde de trol ook langs de Stationsweg is geweest. Dat weet hij niet. Maar als de trol uiteindelijk via de Paasberg uit Ede vertrekt en nog één keer achterom kijkt, zal hij tevreden zijn. Onder aan de Paasberg ziet hij dan geen landelijk dorp meer, maar een moderne betonnen stad. Midden in die stad staat nog slechts de oude grijze toren van de Oude Kerk als herinnering aan het vroegere Ede.

De trol kan 'tevreden zijn': van oud-Ede is weinig meer over .... | foto's: Allard Bijlsma.


Het verhaal is duidelijk geen sprookje over een echte trol. De trol staat symbool voor de naoorlogse stadsontwikkeling en de afbraak van het oude Ede. Het gouden zaad verbeeldt het geld en de speculatie die volgens de schrijver ten koste gingen van het historische en landelijke karakter van het dorp. Bron: De Zandloper, 17e jaargang, nr. 4, december 1989, artikel “Ede en de boze Trol”, pp. 13-14. Oud Ede De Zandloper 1989-04 (PDF)