Sage van de Bloedsteen | verhalen uit Ede
Het verschil tussen legenden, mythen, sagen en sprookjes, vier vormen van epiek, is niet strikt. De genres kunnen overlappen. Gedeelde kenmerken zijn vooral dat de verschillende vormen bovennatuurlijke elementen bevatten, zoals onnatuurlijke gebeurtenissen, wonderbaarlijke locaties, magische voorwerpen, bovennatuurlijke wezens, monsters en helden. Rond Ede zijn veel van deze kenmerken aanwezig. Er gaan dan ook veel verhalen rond ...
De Bloedsteen in het Edese Bos
Het verhaal gaat dat er op het landgoed Kernhem een oude, heilige plaats is, uit de tijd van de Kelten: een plek waar rituelen en inwijdingen uitgevoerd werden. In dit gebied liggen overal grafheuvels uit de Bronstijd, zo'n 1500 voor Christus. De Germanen aanbaden daar hun zonnegod. In het witgeklede priesters brachten offers op een stenen altaar. Zo'n steen was ook de 'Bloedsteen', die nu ligt in de Doolhoflaan in het Edese Bos. Het gerucht gaat, dat wanneer je hier 's nachts met volle maan een speld insteekt, er bloed uit de steen sijpelt. Dit zou het bloed moeten zijn van de offers die gebracht werden. De Bloedsteen lag eerder op de grafheuvel, daar zo'n 30 meter vandaan. Daar is in 1735 een doolhof rond aangelegd, waarvan het padenpatroon nog steeds zichtbaar is.
Lang geleden, toen Ede nog niet veel meer was dan een verzameling boerderijen en huizen aan de rand van de grote Veluwse bossen, woonde op Huis Kernhem een machtige heer. Zijn bezit strekte zich ver uit over akkers, heidevelden en donkere bossen. Wie hout wilde kappen, wilde jagen of zijn vee in het bos wilde laten grazen, wist dat hij rekening moest houden met de heer van Kernhem.
Niet ver van het huis lag een merkwaardige plek in het bos. Daar bevond zich een doolhof, omgeven door hoge bomen. Overdag was het een aangename plaats om te wandelen, maar zodra de avond viel, veranderde de sfeer. De rechte lanen werden donker, de bomen leken dichter naar elkaar toe te groeien en wie zich tussen de kronkelende paden van het doolhof waagde, kon gemakkelijk zijn gevoel voor richting verliezen.
De knechten van Kernhem kwamen er na zonsondergang liever niet. Want vlak bij het doolhof lag een enorme steen. Niemand wist waar hij vandaan kwam. Sommigen beweerden dat hij er al lag voordat Huis Kernhem was gebouwd. Anderen vertelden dat de steen in de tijd van de oude Germanen als offersteen was gebruikt. Op nachten waarop de maan vol aan de hemel stond, zouden priesters uit de bossen zijn gekomen om er hun offers te brengen. Het bloed zou over de steen hebben gestroomd en diep in het gesteente zijn doorgedrongen.
De heer van Kernhem geloofde niets van zulke verhalen. Hij lachte zijn knechten uit wanneer zij over de geheimzinnige steen begonnen. ‘Een steen is een steen,’ zei hij. ‘En wie bang is voor een stuk rots, heeft in mijn bos niets te zoeken.’ Op een avond zat de heer met enkele gasten in Huis Kernhem. Er werd gegeten en gedronken en naarmate de avond vorderde, kwamen de oude verhalen over het landgoed ter sprake. Een van de gasten vertelde dat de steen bij het doolhof helemaal geen gewone steen was. Wie bij volle maan precies om middernacht met een speld in de steen prikte, zou hem kunnen laten bloeden. De heer van Kernhem begon hard te lachen: ‘Bloed uit een steen? Dan zal ik vannacht bewijzen wat voor onzin dat is.’
Toevallig stond die nacht de maan vol aan de hemel. Kort voor twaalf uur verliet de heer het huis. Hij nam een lantaarn mee en stak een lange speld in zijn jas. Een knecht wilde met hem meegaan, maar de heer wees hem terug. ‘Ik heb geen gezelschap nodig om een steen te prikken.’ Hij liep de lange laan in, richting het bos. Het was windstil. Alleen het knarsen van zijn laarzen op het zand was te horen. Boven de bomen hing de volle maan. Het zilveren licht viel tussen de takken door en wierp lange schaduwen over het pad. Toen hij het doolhof bereikte, hoorde hij plotseling iets achter zich. Voetstappen! Hij draaide zich om; niemand. De heer liep verder. Opnieuw klonken voetstappen. Wanneer hij liep, liepen ze mee. Wanneer hij stilstond, hielden ook de voetstappen op. Nu begon zelfs de heer van Kernhem zich minder op zijn gemak te voelen.
Bij het doolhof nam hij een verkeerde afslag. Een pad waarvan hij zeker wist dat het naar de steen leidde, bracht hem terug naar dezelfde plek. Hij probeerde een andere doorgang en kwam opnieuw bij hetzelfde punt uit. Alsof het doolhof hem niet wilde laten gaan. Toen sloeg in de verte de klok twaalf uur. Eén slag. Twee. Drie. De heer haastte zich tussen de hagen door. Bij iedere klokslag leek het bos donkerder te worden. Bij de twaalfde slag vond hij eindelijk de uitgang. Daar lag de steen. Bleek in het maanlicht.
De heer liep erheen, haalde de speld uit zijn jas en knielde neer.
‘Nu zullen we eens zien,’ mompelde hij.
Hij zette de punt van de speld tegen de steen en drukte.
Er gebeurde niets.
De heer glimlachte.
Maar toen verscheen onder de punt van de speld een kleine donkere vlek.
Hij boog zich voorover.
De vlek werd groter.
Langzaam vormde zich een druppel.
Donkerrood.
De druppel gleed over de steen naar beneden.
Daarna verscheen een tweede druppel.
En een derde.
De heer sprong overeind. Zijn lantaarn viel uit zijn hand en doofde. Op hetzelfde moment klonk vanuit het doolhof opnieuw het geluid van voetstappen.
Maar ditmaal kwamen ze dichterbij.
De heer rende weg.
Hij keek niet meer achterom. Hij rende door de donkere laan terug naar Huis Kernhem en sloot de zware deur achter zich. De knechten die hem daar aantroffen, zeiden later dat hun heer zo bleek was als de maan die nacht.
Wat hij precies bij de steen had gezien, wilde hij nooit vertellen.
Vanaf die dag lachte hij niemand meer uit die over de Bloedsteen sprak.
En de steen bleef liggen aan de rand van het bos, vlak bij het oude doolhof.
Generaties kwamen en gingen. Huis Kernhem kreeg nieuwe bewoners, het bos veranderde en Ede groeide. Maar het verhaal bleef bestaan.
Nog altijd wordt verteld dat de steen het bloed van lang vervlogen offers in zich draagt.
Wie wil weten of het waar is, moet wachten tot de maan weer helemaal vol is. Ga dan kort voor middernacht naar Kernhem. Loop langs het oude huis, volg de donkere laan naar het bos en zoek bij het doolhof naar de grote steen.
Wacht tot het twaalf uur is.
Neem een speld.
Prik ermee in de Bloedsteen.
En kijk goed.
Misschien gebeurt er niets.
Maar wanneer er een donkerrode druppel uit de steen tevoorschijn komt, is het verstandig niet te lang te blijven staan.
Zeker niet wanneer je achter je, vanuit het doolhof, voetstappen hoort.
Want volgens de oude verhalen is niet iedereen die daar 's nachts ronddwaalt ooit uit het doolhof teruggekeerd…