De Hindekamp | bosgebied in de gemeente Ede
In dit onderdeel aandacht voor de uitgestrekte en prachtige bosgebieden rond Ede. De bossen hebben diverse eigenaren. Rond 1950 hebben verschillende landgoedereigenaren hun bezittingen verkocht. Ede verwierf de landgoederen De Ginkel, De Hindekamp en Roekel. Van landgoed Kernhem kon in 1964 het Edese Bos en in 1967 het Kernhemse bos worden gekocht. Alle foto's: (c) Allard Bijlsma.
Wildkijkscherm 'Groene schuurtje' | Hindekamp | gemeente Ede
Dit wildkijkscherm staat goed aangegeven in Openstreetmap en Google Maps en ligt ver van de drukke wandelroutes. Situatie oktober 2021.
Volgens de jongste (1998) topografische kaarten neemt ‘De Hindekamp’ min of meer een centrale positie in temidden van de westelijk gelegen Edese en Ginkelse heide, en de ooste- lijke bosgebieden (Planken Wambuis). Aangezien de naam ‘De Ginkel’ in deze contreien meerdere malen voorkomt, onder andere in samenhang met zand en heide, is het niet goed mogelijk de grenzen van dit gebied nauwkeurig te bepalen. In zijn totaliteit is De Ginkel een mooi en gevarieerd, weliswaar nogal droog landschap ter grootte van circa 1.000 ha. De herkomst en betekenis van deze naam is onbekend. De Hindekamp, een gebied van circa 500 ha, vormt het centrale deel van De Ginkel.
Hindekamp | 2013
Wildkansel | 2014
De Hindekamp ten oosten van Ede is eigenlijk méér dan een bosgebied. Historisch is het een oud landgoed en kampenlandschap van circa 480–500 hectare, met bossen, akkers, graslanden, houtwallen en drie karakteristieke plassen. Het ligt tussen de Edese/Ginkelse Heide en de bossen richting Planken Wambuis. Juist de combinatie van relatief vochtige landbouwgrond midden op de droge Veluwe maakt het gebied bijzonder.
De basis van de Hindekamp werd al tijdens de ijstijden gelegd. Het gebied ligt bij smeltwaterdalen die vanaf de Veluwse stuwwal naar het westen en zuidwesten lopen. Twee van zulke dalen komen hier samen. Daardoor ligt een deel van de Hindekamp lager en is het vochtiger dan de omliggende droge zandgronden. Dat verklaart waarom hier midden tussen uitgestrekte heidevelden landbouw mogelijk was. Er ontstonden akkers en graslanden terwijl de omgeving voor een belangrijk deel uit heide, bos en stuifzand bestond. De bewoningsgeschiedenis is bovendien zeer oud. In en rond de Hindekamp zijn archeologische vondsten gedaan uit de Steen-, Brons- en IJzertijd en uit Frankische en Karolingische perioden. Dat betekent niet dat er voortdurend een nederzetting lag, maar wel dat mensen het gebied al duizenden jaren gebruikten.
In de middeleeuwen ontwikkelde zich hier een landbouwlandschap met verspreid liggende boerderijen. De Hindekamp hoorde bij een groter gebied dat we tegenwoordig als De Ginkel kennen. Het landbouwsysteem was typisch Veluws. Op de omliggende heide graasden schapen. 's Nachts verbleven ze in potstallen, waar hun mest werd vermengd met heideplaggen. Dat mengsel werd vervolgens over de akkers gebracht. Zo ontstonden door eeuwenlange bemesting relatief dikke en vruchtbare akkerbodems. Het KNNV-onderzoek noemt de Hindekamp expliciet een gebied waar dit systeem honderden jaren werd toegepast. De akkers lagen als min of meer afzonderlijke kampen in het landschap. Rond zulke percelen stonden vaak houtwallen. Die hielden vee buiten de akkers, leverden hout en vormden perceelsgrenzen.
De naam is in ieder geval oud. In een belastingregister uit 1647 komt de vorm Hindecamp al voor. Het tweede deel, kamp, is goed te verklaren: in Oost-Nederland en op de Veluwe betekent dat doorgaans een omheind of afzonderlijk landbouwperceel. Voor hinde ligt een verwijzing naar het vrouwelijke edelhert voor de hand, maar daarvoor heb ik geen historische bron gevonden die dat overtuigend bewijst. Het is daarom beter de precieze oorsprong van het eerste naamdeel als onzeker te beschouwen. De verspreide landbouwgronden ontwikkelden zich uiteindelijk tot het landgoed Hindekamp. Een belangrijke verandering vond plaats in 1651. Volgens historisch bosonderzoek werd Hindekamp toen voor 6.000 gulden verkocht aan de heren Van Deelen en Van Broechuysen. In de 18e eeuw was een deel van het landgoed al bebost. Een waardering uit 1766 laat zien dat het bezit toen uit meer bestond dan alleen bos: er waren ook een boerderij en bouwlanden. Het landschap moet er toen dus heel anders hebben uitgezien dan een modern aaneengesloten Veluws bos: eerder als een mozaïek van akkers, graslanden, heide, houtwallen en bospercelen.
In de 19e eeuw nam het aandeel bos aanzienlijk toe. Op de topografische kaart van omstreeks 1840 staat bij de Hindekamp ongeveer 200 hectare bos aangegeven. Dat is een belangrijk gegeven, want daarmee behoorde de Hindekamp al vrij vroeg tot de grotere particuliere bosbezittingen rond Ede. De bebossing paste in een bredere ontwikkeling op de Veluwe. Heide en andere weinig productieve zandgronden werden in de 18e en vooral 19e eeuw steeds vaker met bos beplant. Hout werd economisch aantrekkelijk en bebossing hielp bovendien stuivend zand vast te leggen. De Hindekamp werd echter nooit volledig bos. De oude landbouwkern bleef bestaan.