Vloeivelden voor waterzuivering: hoe zat dat? | Peppelensteeg
Op 13 november 1931 besloot de gemeenteraad daarom tot de aanleg van een rioleringsstelsel en vloeivelden. De Edese vloeivelden werden in 1933 in gebruik genomen. Ze lagen aan de Peppelensteeg, in de omgeving van de huidige sportvelden, niet ver van de Klaphekweg. Ten westen van de Peppelensteeg lagen de vloeivelden. Dat terrein is later grotendeels opgenomen in de sportvelden. Aan de andere kant van de Peppelensteeg, ongeveer op de locatie van het huidige Pallas Athene College, stond RWZI Ede-1.
Hoe werkte dat?
De vloeivelden vormden eigenlijk een primitieve biologische rioolwaterzuivering. Het afvalwater uit Ede stroomde grotendeels door de zwaartekracht naar de Peppelensteeg. Eerst passeerde het een voorbezinkingstank. Daarna werd het via betonnen goten over verschillende stukken grond verdeeld. Er waren 16 afzonderlijke veldjes, samen ongeveer 2,3 hectare groot. Per keer werd een veld met ongeveer 5 tot 10 centimeter rioolwater bevloeid. Het water zakte vervolgens door de bodem. Drainagebuizen onder de velden vingen het gedeeltelijk gezuiverde water op en voerden het naar sloten. Uiteindelijk kwam het water in de noordelijke spoorsloot terecht en stroomde het verder richting de Gelderse Vallei. Dat verklaart de naam vloeiveld heel letterlijk: men liet het rioolwater over een stuk grond vloeien. Er was een belangrijke reden het water in vloeivelden te willen vasthouden: het gezuiverde water kon niet onbeperkt richting de Gelderse Vallei worden afgevoerd. Bij hoog water konden verder westelijk de zogenaamde heulen bij De Roode Haan worden afgesloten. Ede moest het water dan tijdelijk zelf vasthouden. Daarom werd bij het ontwerp rekening gehouden met een bergingscapaciteit van ongeveer 45.000 m³. Dat was volgens het toenmalige plan voldoende om het water bij afsluiting gedurende ongeveer zes weken vast te houden.
Eerdere vloeivelden aan Stationsweg
Bij de bouw van de infanteriekazernes in Ede werden in 1906 aan de Stationsweg, recht tegenover de Keetmolen, vloeivelden aangelegd voor de verwerking van het afvalwater van de kazernes en de omgeving. Het water werd over deze velden verspreid en zakte vervolgens in de bodem, waar bacteriën zorgden voor een natuurlijke zuivering. De vloeivelden waren aangelegd met verhoogde ruggen, vergelijkbaar met aspergebedden. Het systeem functioneerde echter niet goed. De bodem raakte regelmatig verstopt en in de omgeving ontstonden stankklachten. Pas in 1937 konden de kazernes worden aangesloten op het gemeentelijke rioolstelsel van Ede. Voor de kazernes van de bereden wapens waren in 1908 eveneens vloeivelden gepland. Deze zouden direct achter de tuinen van de villa’s aan de Stationsweg komen te liggen. Vanwege de slechte ervaringen met de bestaande vloeivelden en de daarbij optredende stankoverlast besloot de minister van Oorlog echter voor een andere oplossing te kiezen. Hij gaf opdracht tot de bouw van een voor die tijd moderne afvalwaterzuiveringsinstallatie. Het afvalwater werd hierin eerst gezuiverd en daarna in de bodem geïnfiltreerd. Deze installatie bleef uitzonderlijk lang in gebruik. Pas in 1978 werd die buiten bedrijf gesteld en afgebroken. De installatie moest toen plaatsmaken voor de verlenging van de Klinkenbergerweg.
De Peppelensteeg met rechts in de verte de zuiveringsinstallatie Ede-1. Op de plek van de installatie staat nu het Pallas Athene College. De vloeivelden lagen links van de weg en zijn nu opgenomen in de sportvelden. Bron: Gemeentearchief Ede.
Peppelensteeg in Ede, gezien in de richting Veenendaal. Deze weg is begin dertiger jaren opgehoogd voor het afschermen van de vloeivelden van de waterzuivering van Ede. Bron: Gemeentearchief Ede.
Jaren '30 werkverschaffing
Een interessant sociaal aspect is dat voor vloeivelden werd gekozen terwijl er in de jaren dertig al modernere zuiveringstechnieken bestonden. Het voordeel was dat voor de aanleg enorm veel grondwerk nodig was. Dat kon in de crisisjaren worden uitgevoerd als werkverschaffingsproject voor werklozen. De aanleg werd uitgevoerd onder leiding van de Heidemij. Voor het project moest het terrein flink worden aangepast. Uit het geplande bezinkingsgebied zou ongeveer 16.000 m³ grond worden afgegraven. Met die grond konden delen van de Peppelensteeg, Klaphekweg en Molenweg worden opgehoogd. Andere werkverschaffingsprojecten in Ede: de Eder Kuil (Openluchttheater) en 't Wijde Veld bij de Ginkelse Heide.
Waar nu het Pallas Athena College staat, lag tot 1972 de rioolzuivering. Tegenover de school ligt nog wel een retentiebekken, voor opvang van hevige regenbuien | Bron: Topotijdreis.nl
Nieuwe zuiveringsinstallatie
De vloeivelden uit 1933 bleven tot 1972 in gebruik. In dat jaar kwam een nieuwe zuiveringsinstallatie, Ede-2, gereed. De oude RWZI Ede-1 aan de Peppelensteeg bleef overigens nog langer bestaan en werd pas in 1989 afgebroken.
Foto's van de huidige zuiveringinstallatie aan de Dwarsweg | Allard Bijlsma.