Oude postkantoor | historische gebouwen in Ede
Het oude postkantoor aan de Arnhemseweg 2-4 in Ede is een van de markantere gebouwen uit de sterke groeiperiode van Ede rond 1900. Het werd in 1905-1906 gebouwd en bleef ruim tachtig jaar als post-, telegraaf- en later telefoonkantoor in gebruik. Het gebouw staat er nog, maar kreeg na het vertrek van de PTT een combinatie van winkels en woningen.
Eerder postkantoor
De geschiedenis van de Edese posterijen begint veel eerder. In 1834 werd in Ede al een distributiekantoor van de Posterijen gevestigd. Na de Postwet van 1850 werd wijnkoper Theodorus Prins de eerste postmeester van Ede. In die tijd was een postkantoor nog geen speciaal daarvoor ontworpen gebouw: de postmeester gebruikte eenvoudig een gedeelte van zijn eigen woning. Een belangrijke verandering kwam in 1890. Toen werd villa Rozenhage aan de Torenstraat als postkantoor ingericht. In hetzelfde jaar werd A. Goudriaan de eerste functionaris in Ede die officieel de titel postdirecteur droeg. Door de groei van Ede, het toenemende briefverkeer en het groeiende aantal postbestellers werd deze villa al snel te klein. Daarom besloot het Staatsbedrijf der PTT een echt post- en telegraafkantoor te laten bouwen.
Circa 1885 | In het tweede huis rechts woonde destijds Anthonie van de Craats, die als postkantoorhouder het postkantoor aan huis had. Bron: Gemeentearchief Ede
Postkantoor aan de Arnhemseweg
Aan het begin van de Arnhemseweg werd een huis met erf gekocht van de Groningse kunstschilder Arnold Koning. De bestaande woning werd afgebroken. Begin 1906 verleenden burgemeester en wethouders toestemming voor de nieuwbouw en nog datzelfde jaar was het postkantoor gereed. De bouw viel samen met een periode waarin Ede snel veranderde. In 1905 werd Ede garnizoensplaats, in 1906 werden de eerste grote kazernes geopend en eveneens in 1906 werd de Edese watertoren gebouwd. Het nieuwe postkantoor paste dus bij de ontwikkeling van Ede van dorp naar een plaats met steeds meer stedelijke voorzieningen. Ook architectonisch is het gebouw interessant. Het werd in 1905-1906 gebouwd in vrij eenvoudige vormen met neogotische invloeden. Volgens het standaardwerk Monumenten in Nederland – Gelderland is het ontwerp mogelijk van F.J. Turín, onder toezicht van rijksbouwmeester C.H. Peters. Dat laatste is aannemelijk omdat Peters als rijksbouwmeester betrokken was bij de bouw van veel post- en overheidsgebouwen in Nederland. Het gebouw was nadrukkelijk ontworpen als multifunctioneel overheidsgebouw. Beneden bevonden zich de ruimten voor de postdienst. Er was voldoende plaats voor het sorteren van de post en er waren drie loketten. Daar konden Edenaren niet alleen postzegels kopen en poststukken aanbieden, maar ook telegrammen verzenden en zaken regelen rond postcheques en de Postspaarbank. De bovenverdieping had aanvankelijk een heel andere functie: daar bevond zich de dienstwoning van de postdirecteur en zijn gezin. Dat was in die tijd niet ongebruikelijk. De directeur woonde letterlijk boven zijn werk en was daardoor altijd in de onmiddellijke nabijheid van het kantoor. Deze situatie bleef bestaan tot 1932. Daarna werd de bovenverdieping niet meer als directeurswoning gebruikt. Een van de opvallendste onderdelen van het oorspronkelijke gebouw was een torentje op het dak. Dit had niet alleen een decoratieve functie. Vanuit dit torentje liepen de bovengrondse telefoonleidingen naar de abonnees in Ede. In 1936 verdween het torentje. De ontwikkeling van het telefoonnet maakte deze constructie toen overbodig.
Groei en einde postkantoor
Het postkantoor werd in de eerste decennia snel belangrijker. In 1922 werkten er volgens de historische documentatie al 22 personeelsleden. Dat waren onder anderen loketmedewerkers, sorteerders en postbestellers. Gedurende een groot deel van de twintigste eeuw was het daarmee een drukbezochte plek in het centrum. Voor veel dagelijkse zaken moest men immers naar het postkantoor: brieven en pakketten, aangetekende stukken, telegrammen, telefonie, geldzaken en later allerlei diensten van de Postbank. Door die groei bleef het gebouw niet helemaal in zijn oorspronkelijke toestand. Aan de achterzijde, richting de Detmarlaan, kwamen uitbreidingen voor de bedrijfsvoering van de PTT. Daar bevond zich onder andere de bestellersruimte. Die aanbouwen zijn vooral goed gedocumenteerd doordat ze bij de latere verbouwing gedeeltelijk werden afgebroken. Historische foto's tonen bijvoorbeeld de sloop van de bestellerskamer en zelfs van de kelderruimte daaronder.
Aan het einde van de jaren tachtig veranderde de situatie. Het grote historische postkantoor was niet langer nodig voor de dienstverlening die de PTT in het centrum wilde aanbieden. Op maandag 7 augustus 1989 werd het nieuwe postkantoor aan Molenstraat 21 geopend. Op diezelfde dag waren de rode brievenbussen van de Arnhemseweg al naar het nieuwe kantoor overgebracht. Sommige klanten stonden die dag nog voor de gesloten deur van het oude postkantoor en werden met een mededeling op de ramen naar de Molenstraat verwezen. Daarmee eindigde na ongeveer 83 jaar de postfunctie van het gebouw. Een gedeelte aan de achterzijde, waaronder de oude bestellerskamer, werd afgebroken. In het gebouw werd een stalen draagconstructie aangebracht en de gevels werden aangepast. De voormalige postloketten en kantoorruimten maakten plaats voor winkelruimten. Op de verdiepingen kwamen appartementen.