Hoe zat dat: eierhandel en -veiling in centrum van Ede
De eierhandel in Ede was veel belangrijker dan je tegenwoordig uit het stadsbeeld zou afleiden. Ede lag (en ligt) midden in een streek waar pluimveehouderij een belangrijk onderdeel van het boerenbedrijf was. Vanaf het midden van de 19e eeuw groeide de handel van enkele duizenden eieren op de weekmarkt uit tot tientallen miljoenen eieren per jaar. Daarbij moeten we wel onderscheid maken tussen drie zaken: de eiermarkt, de eierhal/markthal en de Coöperatieve Eierveiling. Die worden in oude bronnen en fotobeschrijvingen nogal eens door elkaar gehaald.
Je kunt alle leesteksten op deze pagina ook beluisteren. Klik hiervoor op [Play].
Na de bouw van het gemeentehuis aan de Grotestraat in 1899 kwam de Eierveiling in de nieuwe stalhouderij van Van Laar van De Posthoorn. Bron: Historisch Museum Ede.
Ede als centrum van de eierhandel
Eieren werden al vanaf het begin van de officiële Edese weekmarkt verhandeld. Die markt begon in 1853 aan de zuidzijde van de Oude Kerk. In het begin was de handel nog zeer bescheiden. Voor 1854 wordt een aanvoer van slechts ongeveer 3.500 eieren genoemd. In 1878 waren het er al ruim 64.000. De eieren kwamen vooral van kleine boerenbedrijven uit Ede en de omliggende buurtschappen. Kippen waren voor veel boeren een neventak. De verkoop van eieren leverde regelmatig contant geld op en was daardoor voor het boerengezin aantrekkelijk. Toen de gemeente het marktterrein bij de Oude Kerk per 1 januari 1890 opgaf, verdween de eierhandel niet. Volgens een historische beschrijving bleef de eiermarkt zelfs bij en onder de kerktoren bestaan, waar tegelijkertijd kluitjes boter werden verkocht.
Vanaf omstreeks 1890 ontwikkelde zich daarnaast een markt bij logement De Posthoorn, aan de toenmalige Grotestraat, tegenwoordig de Notaris Fischerstraat. Op maandagochtend kwamen boeren hier met eieren, boter, biggen, kool, appels en aardappelen. De belangrijkste afnemers waren handelaren. Hieruit ontwikkelde zich een steeds professionelere eierhandel. Op oude foto's van de Grotestraat is daadwerkelijk een eierhal te zien.
Het gebouw van de melkslijters aan de Notaris Fischerstraat in Ede. Vroeger het gebouw van de eierveiling en de Markt. Bron: Historisch Museum Ede.
Eierveiling Notaris Fischerstraat
Een grote verandering kwam in 1927. De gewone markt verhuisde toen van De Posthoorn naar het nieuwe marktterrein tegenover hotel Hof van Gelderland, tussen Grotestraat en Brouwerstraat. Daar werd ook een marktgebouw of markthal neergezet. Dat gebouw was nadrukkelijk bestemd voor de handel in boter en eieren en voor het opslaan van marktkramen, schotten en ander materiaal. Later werd het in de volksmond ook wel de eierhal of de eierhallen genoemd. Het gebouw stond aan de rand van het oude marktplein. De markt werd uiteindelijk aan verschillende kanten door bebouwing omsloten: aan de ene zijde winkels en het marktgebouw, aan de andere zijde onder meer de MULO-school en een muziektent. Daardoor ontstond het karakteristieke besloten marktplein dat veel oudere Edenaren nog kennen.
De eierhandel professionaliseerde in de jaren twintig en dertig sterk. In januari 1932 werd de Coöperatieve Eierveiling Ede en Omstreken opgericht. Het initiatief kwam van drie pluimveeverenigingen: die van Ede, Bennekom en Otterlo. In 1939 werden via de Edese eierveiling maar liefst 33.716.000 eieren aangevoerd. De omzet bedroeg ruim 1,23 miljoen gulden. Tegelijkertijd werden op de gewone Edese eiermarkt nog ongeveer 11,7 miljoen eieren verhandeld. Na de Tweede Wereldoorlog groeide de sector verder. In 1957 verwerkte de veiling: 52.090.000 eieren, met een omzet van ongeveer 6,69 miljoen gulden. Op de gewone markt werden datzelfde jaar nog eens ongeveer 5,1 miljoen eieren aangevoerd.
De bereikbaarheid van de Edese veiling werd problematisch. Daarom werd in januari 1968 het eigenlijke veilinglokaal van Ede naar Barneveld verplaatst. Daar was sinds 1951 ook een veiling opgericht (de eiermarkt was er daar al langer) en nu werd die de grootste in Nederland. Aanvankelijk bleven kantoor en magazijn nog aan de Notaris Fischerstraat in Ede. Dat bleek weinig praktisch: handelaren kochten hun eieren in Barneveld en moesten ze vervolgens in Ede ophalen. Het voormalige Edese veilinggebouw kreeg daarna een heel andere bestemming. Het werd gekocht door de Melkslijtersvereniging Door Eendracht Sterk (D.E.S.). Oudere Edenaren kunnen het gebouw daardoor ook eerder als het D.E.S.-gebouw dan als eierveiling hebben gekend. De loodsen werden uiteindelijk in 1988 gesloopt, in verband met de bouwplannen in de buurt.
Markt- en eierhal Marktplein
De geschiedenis van de markthal begon eerder dan 1927. Tegenover hotel Hof van Gelderland, aan de Grotestraat, lag een zogenoemde overtuin. Deze werd in 1913 publiek verkocht. Burgemeester en enkele raadsleden kochten de grond aanvankelijk voor eigen rekening, waarna de gemeente het terrein nog datzelfde jaar voor dezelfde prijs overnam. De bedoeling was er een nieuw marktplein met een markthal aan te leggen. De primaire bestemming van het marktgebouw was de handel in boter en eieren. Daarnaast diende een gedeelte als opslagplaats voor marktkramen, schotten en ander marktmateriaal. De Eierhal was bepaald niet uitsluitend voor eieren bestemd. Buiten de marktdagen werd het gebouw voor allerlei activiteiten gebruikt. Er vonden onder andere tentoonstellingen en beurzen plaats.
Henk van Veldhuizen: "Als klein jongetje vele wagens gelost. Het geld werd geteld in 't café, met een borrel erbij. Vele boeren kwamen met tractor en wagen en probeerden zo hun hun eieren te verkopen, wat niet altijd lukte. Anders gingen ze door naar één van de andere eiermarkten in Ederveen, Scherpenzeel of Barneveld".
Piet de Nooy: "Een aantal jaren heeft de markthal gefungeerd als expeditieruimte van Donkelaar Transport, Dat was een drukte van belang. Ik woonde er bijna naast." Van Donkelaar had sinds 1960 aan de Noordelijke Spoorstraat 15 een verladingsstation. Voorheen was dit een stuk van de Klaas Katerlaan.
In de loop van de jaren zestig veranderde de handel. De traditionele eiermarkt verloor terrein aan grootschaliger en efficiëntere distributie via veilingen en handelaren. De gewone Edese eiermarkt werd in 1971 beëindigd. Daarmee verloor de Eierhal een van zijn oorspronkelijke hoofdfuncties. Het gebouw werd overbodig en raakte in verval. Het marktterrein was in de loop van 1975 al een braakliggend bouwterrein. In 1976 was daar de bouw van het nieuwe winkelcentrum Hof van Gelderland in volle gang.
De voormalige markt- en eierhal aan het marktplein, vlak voor de afbraak in circa 1975. In december 1974 was de hal afgetimmerd | Bron: Gemeentearchief Ede/ Historisch Museum Ede.
Onderaan de Paasbergerweg nabij de Grotestraat een doorkijk over de Markt naar de Spoorwegovergang aan de Brouwerstraat in Ede. In het midden de achterzijde van de voormalige markt- en eierhallen. Links op de hoek de Profimarkt (supermarkt) | 1975 | Bron: Gemeentearchief Ede.
Locatie van de 'eierhal/ -veiling' aan de Notaris Fischerstraat.
Locatie van de 'markt- en eierhal' op het vroegere marktplein.