De eerste vuilnisophaaldienst van Ede | hoe zat dat?


Je neemt tegenwoordig vanzelfsprekend aan dat tweemaal per week een volautomatische vuilniswagen van de ACV voor de deur verschijnt, om ons afval op te halen. Dat doen we geheel gescheiden in rest-, tuin-, papier- en PMD-afval. Toch bestaat deze tak van gemeentediensten nog geen zestig jaar en is het nog maar bijna een eeuw geleden dat een particulier in Ede een dergelijk bedrijf in het leven riep.

Klik op [ Play ] als je deze tekst als audio wilt beluisteren.


De restanden van de vuilstort aan de Kreelseweg | 17 januari 2022 | Allard Bijlsma.


Ik neem je mee naar een bijzondere plek: de eerste vuilnisbelt van Ede. Die kun je nu nog vinden als je vanaf de N224 de Kreelseweg in rijdt, ter hoogte van de Eikelakkers. Naast imkerij ’t Immeloo en het Tuincomplex Kreelseweg zie je een rij kleine heuveltjes. Misschien denk je: zijn dat echt vuilnisbelten? Jazeker, dit is waar het ooit allemaal begon: de eerste commerciële vuilstort in Ede. Laten we teruggaan in de tijd. Voor 1929 moesten de inwoners van Ede zelf hun afval regelen. Ze waren ook verantwoordelijk voor het schoonhouden van de straten. Daar werd streng op toegezien; in 1856 kwam er zelfs een gemeentelijke verordening die voorschreef dat iedereen twee keer per week de straten en goten moest schoonmaken, modder en vuil verwijderen, en de straten drie keer per jaar moest wieden. In de zomer werd er water gesproeid tegen stof en in de winter zand gestrooid tegen gladheid. Over huisafval? Daar werd niets over gezegd. Dat regelden mensen zelf. En eerlijk gezegd, veel afval was er niet. Verteerbaar afval ging op de composthoop in de tuin en werd later ondergespit. Plastic verpakkingen bestonden nog niet. Lege flessen gingen terug naar de kruidenier voor statiegeld, en oud papier diende om de kachel aan te maken. Wat echt nergens goed voor was, belandde op braakliggende stukken grond of in zandkuilen in de buurt.

Later wees de gemeente twee stortplaatsen aan: het Oortveld en de Asakkers. Maar die werden vooral gebruikt door de omwonenden en de meer welgestelde bewoners, die vaak een gemetselde afvalput in de tuin hadden. Voor het leeghalen daarvan kon je terecht bij mensen zoals Kuit, die een slepersbedrijf had. De groei van Ede na de Eerste Wereldoorlog zorgde echter voor een nieuw probleem: overal slingerend afval verstoorde het straatbeeld. In 1928 besloot de gemeente dat er een huisvuilophaaldienst moest komen. Er was wel weerstand, want zoiets zou geld kosten. Uiteindelijk ging men over tot aanbesteding. De laagste inschrijver, de heer Koetsier, bood aan het werk te doen voor 25 cent per maand per abonnee. Hij startte op 1 januari 1929 met het wekelijks ophalen van afval. Het begin was bescheiden, veel mensen zagen het nut er nog niet van in of vonden dat kwartje te duur.

Toch hield Koetsier vol. Het aantal abonnees groeide, en in 1933 draaide de dienst voor het eerst winst. Koetsier was een ondernemend man; hij woonde op de hoek van de Bunschoterweg en Kreelseweg en runde ook een expeditiebedrijf. Tijdens verhuizingen kocht hij oude meubels op en begon een tweedehands meubelzaak, die later uitgroeide tot een bekende winkel in Ede. In 1934 verliep Koetsiers contract met de gemeente. De gemeente besloot opnieuw aan te besteden, maar Koetsier, inmiddels succesvol met 1300 abonnees, was niet van plan zijn klanten op te geven. Hij ging zelfstandig verder, zonder gemeentelijke steun, en hield het tarief hetzelfde. De nieuwe aannemer, Lagerweij, haakte snel af, waardoor Koetsier de enige vuilnisophaaldienst bleef.

De heer en mevrouw Koetsier | 1955 | Bron: Historisch Museum Ede.

Links de werkschuur van Koetsier aan de Bunschoterweg | 1967 | Bron: Historisch Museum Ede | verbeterd met AI.


Aanvankelijk moest Koetsier het afval naar Wekerom brengen, maar toen hij zelfstandig werd, kocht hij een stuk grond achter de Kreelseweg. Daar stortte hij het afval en bedekte het met zwarte grond. De heuveltjes die je daar nu ziet, zijn het stille bewijs van die tijd. In 1949 breidde de dienst zich uit naar Bennekom en Lunteren. Met de groei van Ede en omliggende dorpen werd het werk uiteindelijk te groot. In 1960 droeg Koetsier zijn bedrijf over aan de gemeente. Vanaf toen werd het afval twee keer per week opgehaald, een systeem dat nog steeds bestaat. Dus, de volgende keer dat je die groene kleine heuveltjes bij de Kreelseweg ziet, weet je: hier begon een stukje geschiedenis van Ede. 

Het ACV is nu een mega afvalbedrijf in Ede en omgeving. Afval dumpen doen we niet meer. Wat bruikbaar is wordt hergebruikt of ge-recycled en wat over blijft, dat wordt verbrand. Ga je de kleine vuilnisbergjes bekijken langs de Kreelseweg, kijk dan ook direct eens bij de imkerij daar met de naam ’t Immeloo, waar ook nog twee betonnen beelden van Johannes Weijnand uit de jaren ’50 staan. Wil je direct een wandeling maken? Loop dan eens vanaf de Eikelakkers het Edese Bos in richting de Eeder Heide.

Her en der in Ede is afval gedumpt, met name afkomstig van de vroegere ENKA-fabriek. Aan de Oortveltlaan is dit afval later opgegraven en afgevoerd. Tussen de Prins Bernhardlaan en de Ernst Casimirlaan, ligt nog steeds een heuse vuilnisbelt. Het afval is hier afgedekt met een laag grond, maar alle afval is nog in de berg aanwezig. Ook bij Wekerom is nog een grote vuilnisbelt te vinden. Verder werd afval gestort in de vroegere zandgroeve in de Goudsberg bij Lunteren.

Bron van dit verhaal is een tekst van de heer Nijenhuis, te vinden in de website www.erfgoedede.nl,  die eerder is verschenen in Ede-Stad op 19 december 1979. Deze tekst heb ik ingekort en herschreven.


Locatie eerste vuilstort