Gasfabriek | oude nutsbedrijven in Ede
Op deze pagina aandacht voor de veranderde situatie rond enkele bekende Edese nutsbedrijven, die niet meer actief zijn. Op deze pagina aandacht voor het nog aanwezige gebouw van de gasfabriek. Zie ook bij 'Must See in Ede'. Denk ook aan pomphuis en de verdwenen Watertoren. [ zie hier voor de huidige nutsbedrijven in Ede ]. Alle recente foto's: (c) Allard Bijlsma.
1913 | Bron: Historisch Museum Ede.
De voormalige gemeentelijke gasfabriek aan de Schaapsweg in Ede is een overblijfsel van de industriële ontwikkeling van Ede aan het begin van de twintigste eeuw. De fabriek werd in 1904 gebouwd en begon in 1905 met de productie van lichtgas. Dit gas werd gebruikt voor straatverlichting, huishoudelijk gebruik en later ook voor verwarming. In 1959 kwam een einde aan de eigen gasproductie. Na jaren van verval en een ingrijpende restauratie kreeg het complex in 2012 een nieuwe bestemming als woonzorgvoorziening De Herbergier.
Aan het einde van de negentiende eeuw beschikte Ede nog niet over een uitgebreid gasnet. De straten werden voornamelijk verlicht met olielampen. De komst van een gasfabriek betekende een belangrijke stap in de modernisering van het dorp. Op 21 maart 1903 besloot de gemeenteraad te onderzoeken of de bouw van een eigen gasfabriek mogelijk en financieel aantrekkelijk was. Daarbij speelde de verwachte komst van militairen naar de nieuwe kazernes een belangrijke rol. De gemeente verwachtte hierdoor een grotere vraag naar gas. Op 13 mei 1904 besloot de gemeenteraad definitief tot de bouw van een gemeentelijke gasfabriek. De fabriek werd ontworpen door gemeentearchitect H. Noorman Kzn. Het bouwkundige werk werd uitgevoerd door de Edese aannemer W. van Wagensveld. De Duitse firma Carl Francke uit Bremen verzorgde de technische installaties. De totale investering bedroeg 112.623 gulden. Dit bedrag was bestemd voor de gebouwen, ovens, gasleidingen, gasmeters, straatlantaarns en gashouders. Op 28 januari 1905 werd de fabriek in bedrijf gesteld en op 8 maart begon de reguliere gaslevering. Aan het einde van 1905 werkten er vier mensen.
De fabriek werd gebouwd op de hoek van de Schaapsweg en Kolkakkerweg, direct naast de spoorlijn Ede–Nijkerk. Deze locatie was gunstig, omdat steenkool per trein kon worden aangevoerd. Het complex bestond aanvankelijk uit een stokerij met ovens, installaties voor gaszuivering, een kolenloods, een gashouder en een dienstwoning. Het hoofdgebouw werd opgetrokken uit baksteen, met twee opvallende topgevels en decoratief metselwerk. In de voorgevel staat nog altijd het opschrift Gemeente Gasfabriek 1904. Door de groeiende vraag naar gas werd de fabriek uitgebreid. In 1907 kwam er een tweede gebouw voor droge gaszuivering, in 1910 een condensatietoren en in 1915 een afzonderlijk zuiverhuis. De uitbreidingen werden zoveel mogelijk in dezelfde bouwstijl uitgevoerd.
Foto's: Allard Bijlsma.
| Jaar | Gasproductie |
|---|---|
| 1907 | 300.000 m³ |
| 1914 | 1.000.000 m³ |
| 1959 | 1.700.000 m³ steenkoolgas |
In 1959 bedroeg de totale gasafgifte ongeveer 5,1 miljoen m³, omdat er inmiddels ook gas van buiten werd ingekocht. Het gas werd geproduceerd door steenkool in afgesloten ovens sterk te verhitten. Daarbij ontstond een brandbaar gasmengsel. Dit werd vervolgens gekoeld en gezuiverd voordat het via ondergrondse leidingen naar woningen, winkels en bedrijven werd vervoerd. De gashouder diende om verschillen tussen productie en verbruik op te vangen. In 1925 besloot de gemeente tot uitbreiding met een moderne kameroven met vijf verticale kamers. Hiermee kon ongeveer 6.000 m³ gas per etmaal worden geproduceerd. Een mechanische lift maakte het zware werk van de stokers aanzienlijk lichter. In 1932 werd een tweede kameroven gebouwd en tussen 1947 en 1952 volgde een derde.
Ook het gasleidingnet groeide sterk: van 18 kilometer in 1905 tot 132 kilometer in 1959. Het aantal geplaatste gasmeters steeg in dezelfde periode van 278 naar 9.596. Vanaf het midden van de jaren vijftig werd het steeds aantrekkelijker om gas van elders in te kopen. Op 15 oktober 1959 stopte de productie van steenkoolgas definitief. De gasvoorziening ging verder met ingekocht aardgas, dat aanvankelijk werd aangepast voor gebruik in het bestaande gasnet. Een bijzonder onderdeel van de fabriek was de hoge schoorsteen. Na de Tweede Wereldoorlog was het bovenste gedeelte opnieuw gemetseld. Omdat de fabriek onmiddellijk weer in bedrijf moest worden genomen, kreeg het metselwerk onvoldoende tijd om uit te harden. Daardoor ging de schoorsteen later zichtbaar scheef staan. Op 20 februari 1960 begon de sloop.
Foto's: Allard Bijlsma.
Na de sluiting werden de gebouwen en het terrein nog jarenlang gebruikt door gemeentewerken. De grote gashouder en de kolenloods verdwenen. Het terrein raakte bovendien ernstig vervuild door teer, olieachtige stoffen en andere restproducten van de gasproductie. In 1997 dreigde zelfs sloop van de resterende fabrieksgebouwen. Monumentenorganisaties verzetten zich daartegen. Uiteindelijk bleef het belangrijkste deel van het complex behouden en kreeg het bescherming als rijksmonument.
Na een omvangrijke bodemsanering begon in 2009 de herontwikkeling van het terrein onder de naam De Fabrieck. Daarbij werden nieuwe woningen gebouwd en de historische fabrieksgebouwen gerestaureerd. In 2012 kreeg het hoofdgebouw een nieuwe functie als Herbergier, een kleinschalige woonvoorziening voor mensen met dementie. Tijdens de restauratie werd de oorspronkelijke architectuur zoveel mogelijk hersteld. De witte verf verdween van de gevels en de oorspronkelijke groene, rode en lichtgele kleuren keerden terug.