Rippen pianofabriek | Reehorsterweg en Frankeneng
De geschiedenis van de Rippen Pianofabriek in Ede is bijzonder, omdat het bedrijf niet alleen een belangrijke Edese werkgever was, maar ook internationaal bekend werd door vernieuwende pianoconstructies. Het beroemdste ontwerp van Rippen werd de opvallende aluminium vleugel. Johan Rippen ontwierp deze rond 1950. Voor onderstaande reconstructie gebruik ik vooral het artikel over Rippen in De Zandloper, jaargang 37 (2009), nr. 2 van Vereniging Oud Ede, aangevuld met het bedrijfsarchief van Rippen in het Gemeentearchief Ede en enkele fotobronnen.
Vestiging Reehorsterweg 50-52
De grondlegger was Johan Jacob Rippen, geboren op 1 oktober 1909 in Den Haag. Hij was technisch zeer geïnteresseerd en had uitgesproken ideeën over hoe piano's moderner, eenvoudiger en efficiënter konden worden gebouwd. In 1937 begon hij in Den Haag op bescheiden schaal met de productie van piano's. Rippen ging daarom op zoek naar een plaats waar een moderne fabriek gebouwd kon worden. De keuze viel op Ede. Het gemeentebestuur wilde nieuwe industrie aantrekken en ontwikkelde aan de Reehorsterweg een industrieterrein.
De verhuizing stelde wel een bijzondere voorwaarde. Voor pianobouw waren gespecialiseerde vakmensen nodig. Rippen wilde daarom ongeveer veertig ervaren pianotechnici uit Den Haag meenemen naar Ede. Hij wilde alleen verhuizen wanneer voor deze werknemers ook woningen beschikbaar kwamen. De gemeente Ede werkte daaraan mee. In 1951 vestigde N.V. Rippen Pianofabriek zich aan de Reehorsterweg in Ede. Daarmee begon de Edese periode van het bedrijf. De fabriek groeide snel. Het bedrijfsarchief bevat bijvoorbeeld een plattegrond van de fabriek na een uitbreiding in 1957, evenals uitnodigingen voor de officiële heropening op 5 november 1957. Bij die uitbreiding speelde toenmalig minister van Economische Zaken Jelle Zijlstra een rol bij de feestelijke opening. De fabriek werd in deze periode gepresenteerd als een modern voorbeeld van Nederlandse industriële productie. Rippen ontwikkelde verschillende modellen, waaronder de Maestro, Mignon, Carillon en Studio. Later kwamen onder meer Belcanto, Concerto, Cantabile, Romance en Largo. In topjaren wordt een productie van ongeveer 5.000 instrumenten per jaar genoemd, met circa 160 werknemers.
De Rippen Maestro | verbeterd met AI | Bron: Historisch Museum Ede
Minister Jelle Zijlstra op bezoek bij de heropening in 1957 | verbeterd met AI | Bron: Historisch Museum Ede
Vestiging Frankeneng 17
Aan het einde van de jaren zestig kwam een grote verandering. Het fabriekscomplex aan de Reehorsterweg kon gunstig worden verkocht. Tegelijkertijd ontwikkelde Ede langs de spoorlijn het nieuwe bedrijventerrein Frankeneng. Johan Rippen besloot daarom in 1969 de productie naar dit nieuwe bedrijventerrein te verplaatsen. De fabriek kwam uiteindelijk terecht aan Frankeneng 17. Juist tijdens deze verhuizing voltrok zich een ramp. De oude fabriek aan de Reehorsterweg brandde af. Daarbij gingen veel machines, mallen en voorraden verloren. Dat kwam op een bijzonder ongelukkig moment. Een fabriek verplaatsen kostte sowieso veel geld en tegelijkertijd kampte Rippen met problemen bij de kunststof pianomechanieken die voor de Ierse productie waren ontwikkeld. De onderneming die tot dan toe vrijwel voortdurend was gegroeid, kwam hierdoor onder financiële druk te staan. In 1972 stopte Rippen met de productie van de beroemde aluminium vleugel. Het instrument was technisch en esthetisch bijzonder, maar te duur om winstgevend te produceren. Ook de afzet van de gewone piano's stagneerde. Rippen moest fors inkrimpen. Op 13 februari 1991 volgde een faillissementsuitspraak. Aanvankelijk leek het erop dat de productie volledig zou worden beëindigd en dat de ruim honderd werknemers hun baan zouden verliezen. Opmerkelijk genoeg vierde Rippen op 17 april 1992 nog zijn 55-jarig bestaan: 1937-1992. Lang heeft die laatste opleving niet geduurd. De grootschalige productie van Rippen-piano's in Ede kwam in de jaren negentig definitief ten einde. Het merk zelf bleef echter bestaan en kwam uiteindelijk bij andere eigenaren terecht. Ook buiten Nederland zijn later piano's onder de naam Rippen geproduceerd.