Visserstraat | ENKA-buurt | straten in Ede
Ir. J. Visser gaf in de jaren zeventig en tachtig leiding aan de ENKA-fabriek in Ede. Het Historisch Museum Ede heeft een portret in de collectie met als omschrijving “De heer J. Visser, directeur van de AKZO”. Dat verschil in benaming heeft waarschijnlijk te maken met de opeenvolgende concernnamen. ENKA maakte vanaf 1929 deel uit van de Algemene Kunstzijde Unie (AKU); na de fusie van AKU met Koninklijke Zout Organon in 1969 ontstond AKZO. De fabriek bleef in Ede echter nog lang gewoon als ENKA bekendstaan. Visser was in ieder geval rond 1982 directeur van ENKA-Ede. Dat was geen gemakkelijke periode. De enorme Edese kunstzijdefabriek uit 1922 had zijn grootste bloei toen al achter zich. Veranderingen in de textielmarkt, buitenlandse concurrentie, automatisering en reorganisaties binnen AKZO zorgden ervoor dat de werkgelegenheid sterk terugliep.
In een krantenbericht van 5 februari 1982 komt Visser aan het woord tijdens een persconferentie over het afvalslib van de Edese fabriek. ENKA produceerde in Ede rayon-textielgaren. Bij het productieproces ontstond zinkhoudend slib, waarvan jaarlijks ongeveer 5.000 m³ naar de stortplaats in Wekerom werd gebracht. Omdat het zinkgehalte hoger was dan wettelijk toegestaan, was daarvoor een ontheffing van het Rijk nodig. Visser verdedigde namens het bedrijf de gevolgde werkwijze. Volgens hem was het cadmiumgehalte zo laag dat dit op zichzelf niet onder de Wet chemische afvalstoffen zou vallen. Ook wees de ENKA-directie erop dat het zink in het slib niet gemakkelijk oploste en daarom volgens het bedrijf geen gevaar voor het grondwater vormde. Dat is achteraf interessant, omdat de milieuproblematiek rond het ENKA-terrein later een belangrijk onderwerp werd. Na sluiting van de fabriek moest een omvangrijke bodemsanering plaatsvinden en bleek ook het grondwater in zuidwestelijke richting verontreinigd te zijn.
Foto's: 1 september 2026 | Allard Bijlsma.