Home » Thema's » Geschiedenis » Eerste Wereldoorlog | 1914-1918

Eerste Wereldoorlog  |  Geschiedenis

In dit onderdeel aandacht voor onderwerpen die met de geschiedenis van de periode van de eerste wereldoorlog te maken hebben.


Loopgraven Eder Heide

Op de heide vind je op twee plekken restanten van het Edese loopgravenstelsel. Het oudste stelsel in het gebied de Kreelse Kop is aangelegd in de Eerste Wereldoorlog. Het is gebaseerd op loopgraven zoals in België en Noord-Frankrijk in die tijd, ook geschikt voor langdurige huisvesting van militairen. De gangen waren ruim twee meter diep met veel bochten, inhammen en ondergrondse verblijfplaatsen. Om het hele gebied stond prikkeldraad. In de jaren twintig raakte dit loopgravenstelsel in verval. Edenaren sloopten houten onderdelen eruit om als brandhout te gebruiken. Het loopgravenstelsel is vrij toegankelijk.


Belgisch vluchtelingenkamp

In 1914 werd België overlopen door zowel de troepen van de Duitsers aan de ene kant, als ook de Fransen en Engelsen (en later ook Amerikanen) aan de andere kant. Er ontstond op Belgisch grondgebied een loopgravenoorlog die ervoor zorgde dat veel mensen moesten vluchten. Een deel vluchtte naar het neutrale Nederland en kwam deels terecht in een groot kamp op de Eder Heide. Op een paar stukken van het fundament na, is daar niets meer van te zien. De ingang zat pal aan de Rijksweg (N224).

Vanwege het grote aantal moesten de vluchtelingen over Nederland verdeeld worden. Als snel moesten andere provincies vluchtelingen opnemen en deze weer verdelen over de verschillende gemeenten. De eerste onderhandelingen over de terugkeer van de 900.000 Belgische vluchtelingen begonnen al op 12 oktober 1914. In mei 1915 waren er nog 105.000 burgervluchtelingen in Nederland, een aantal dat de rest van de oorlog ongeveer constant bleef. Net als bij de militaire vluchtelingen begon eind 1918 de terugkeer van de laatste burgervluchtelingen naar België. In januari en februari 1919 keerden de laatste burgers terug.

 

Rechts: locatie van het vluchtelingenkamp, langs de N224, op de Eder Heide.
Alle kaarten: (c) opdendrieberg

In Ede komt een soort modelkamp. Het rechthoekige kamp is verdeeld in vier segmenten, waarvan er drie ingericht zijn met slaapzalen, eetzalen, keukens en wasruimtes, terwijl het vierde ‘dorp’ ingericht is met een kerk, scholen, magazijnen, kantoren en personeelswoningen. De drie woondorpen hebben de namen Leyedorp, Maasdorp en Scheldedorp en de twee hoofdwegen die het kamp in vieren delen dragen de namen van koningin Wilhelmina en minister-president Cort van der Linden.
Het bijzondere van vluchtoord Ede is dat vrijwel alle ruimtes zijn voorzien van centrale stoomverwarming. Ook beschikt men over stromend water en elektrisch licht, voorzieningen die in het dorp Ede in die tijd nog lang niet in alle woningen aanwezig zijn.

De eerste 170 bewoners komen op 1 februari 1915 het vluchtoord binnen, een maand later is de bezetting gestegen tot 2060 inwoners. Het grootste aantal bewoners wordt bereikt in juli 1915 als het vluchtoord 5340 vluchtelingen telt, waarvan ongeveer het derde deel kinderen is.

Er was een eigen elektriciteitscentrale voor verlichting en aandrijving van machines in de werkplaatsen. Het kamp was voor een groot gedeelte zelfvoorzienend. Er was zelfs een eigen ordedienst.

Op 4 januari 1917 valt het besluit vluchtoord Ede op te heffen. Zo’n 3300 vluchtelingen vinden een nieuw onderdak in Nunspeet, waarheen ook een groot aantal barakken uit Ede wordt overgebracht. Na de oorlog, in 1918, werd het kamp afgebroken. Veel van het materiaal werd door de Belgen meegenomen voor de wederopbouw van hun land.

Het zogenaamde Belgenmonument is een gedenksteen ter nagedachtenis aan het voormalige Belgische vluchtelingenkamp Vluchtoord Ede (V.O.E.) dat hier van 1915 tot 1918 was gevestigd. Het monument, geplaatst op restanten van de fundering, bestaat uit een zwerfsteen met het opschrift:

BELGISCH VLUCHTELINGENKAMP
V.O.E.
1914-1918
DEZE ZWERFSTEEN IN EDE DOET
ONS DENKEN AAN HET VERLEDEN


Edese garnizoen

In Ede waren de kazernes: Maurits, Johan Friso, Van Essen (links) en Arthur Kool in deze periode operationeel. Dat betekende dat er veel werd geoefend, vooral op de heidevelden op loopafstand. Artillerie werd met paarden voortgetrokken. In het Arthur Koolkwartier kun je deze stallen (zie onder) nog bekijken. Hierin wonen nu mensen, zijn tientallen kleine bedrijven gevestigd en vind je ook het Platform Militaire Historie Ede (museum).