Interview met Jan Bert Hartog | 'opgroeien in de Beatrixlaan na 1945'


Interview is afgenomen op donderdag 1 september 2026 te Ede | opgenomen op een telefoon en uitgewerkt door de app Wave. Best te lezen op ene tablet of laptop/pc. Afnemer: Allard Bijlsma.


Allard: Mijn naam is Allard en ik zit hier met Jan Bert Hartog: oud-bewoner van de Beatrixlaan; geboren en getogen in het Beatrixpark. Ik ben zelf geboren in de Margrietlaan, parallel aan de Beatrixlaan en ben heel benieuwd naar verhalen uit de begintijd van de buurt.

Wat herinneren je je nog van dat je daar kwam wonen of wat je daarover hoorde van je ouders of zussen. Woonden je ouders als eerste bewoner in dat huis aan de Beatrixlaan?

Oorlogswinter 1944-1945

Jan Bert: Ja, mijn ouders waren inderdaad de eerste bewoners. Die huizen zijn gebouwd rond 1938-1939. De grond was op een gegeven moment in particuliere handen van zowel Tulp als van Perenboom. Mijn vader heeft 25 jaar bij Perenboom gewerkt voordat hij ging werken bij Zomer en Keuning in Wageningen. Daar heeft hij helaas maar een paar jaren gewerkt. Want hij is op een dienstreis in 1946, in de maand september, bij een auto-ongeluk om het leven gekomen. En daar zat mijn moeder natuurlijk dan met vijf kinderen. En dat was in die tijd natuurlijk niet leuk. Maar het (soort van) positieve was dat mijn vader voor het hele personeel van Zomer en Keuning een pensioenverzekering en ongevallenverzekering afgesloten. En helaas was mijn moeder de eerste die ervan moest trekken. Dus dat was een nare periode natuurlijk.

Ik ben geboren in februari 1945. Dat was nog oorlogstijd. In het huis naast ons, dus het andere in het dubbele huis, daar woonde de familie Nolen. En die hadden inkwartiering van een zekere familie Roman, want die moesten uit Oosterbeek evacueren en hij werkte bij de PGM. En die zouden ervoor zorgen dat tijdens de bevalling er elektriciteit zou zijn. Maar dat is op het moment suprême toch weggevallen, met dat gevolg dat mijn moeder toch wel wat moeite heeft gehad met de bevalling. Uiteindelijk lag ik in een wiegje met een gebroken arm. Oh jee. En had ik op een gegeven moment een gewichtje met een katrolletje en een zandzakje eraan. En naderhand heb ik altijd van gekkigheid gezegd: “ja, als de Duitsers kwamen had ik al mijn hand omhoog. Dus dan er was niks aan de hand”. Dat was de oorlogsperiode dus daar.

Huizen aan de Beatrixlaan in 1956 | Bron KLM Aerocarto. Klik erop om te vergroten.

In het dubbele huis (1) woonden dominee van Aalst van de protestantse bond (22) en daarnaast op 24 de familie Olthof en later de familie Geerling. Bij (2) woonden op 30 de familie van Bendegom en op 32 de familie van Eijk. Bij (3) op 25 de familie Levison en op 27 de familie Nolen. Bij (4) op 33 de familie Meeuwsen en op 35 de familie Hartog.

Linksboven zie je de Nieuwe Kerk en onderaan de Zuiderkerk (later: Beatrixkerk). In de twee driehoekjes liggen de vijvers van het huidige Beatrixplein.

Allard: hoe zag het er daar op dat moment uit?

Waar we woonden was alleen maar een zandverstuiving. Er was bos vanaf eigenlijk het katholieke kerkhof tot aan de Verlengde Maanderweg. Dat was allemaal zandverstuiving met dennen en sparren. In de oorlog is het ook best van pas gekomen. Want mijn vader had ook een sleutel van de kerk, die toen nog Zuiderkerk heette. En we hadden nogal wat onderduikers ook in huis. En die konden dan ‘s avonds, zonder dat ze gezien werden en over de straat moesten, door het bos. Dan gingen ze op een gegeven moment in de kerk, in de bankjes van de ouderlingen en diakenen slapen. En overdag kwamen ze weer. Want dat was juist het gevaarlijkste met de razzia’s, die waren juist ‘s nachts, omdat ze er dan op rekenden dat iedereen in huis was. En overdag kunnen het bezoekers zijn. Dat wist je niet.

En een ander voordeel was: mijn vader had ook een radio. Dat was natuurlijk ten strengste verboden in die tijd. Die zat op de slaapkamer tussen de vloer van beneden en boven. En daar ging hij dan altijd de berichten luisteren. Dan schreef hij dat op. En dan kwam er een dag later of twee dagen later iemand langs lopen; vanaf het spoor. Door de bossen heen kwam bij ons achter binnen en noemde dan een wachtwoord. En mijn moeder kende hem alleen als ‘de krullenbol’. En die ging dan in de voorkamer zitten in die grote leren stoelen met van die kussens. Nou, daar zat dan het briefje. En hij las dat dan, verbrandde het en ging dan weer weg. En op een gegeven moment. Iemand kwam aan de voordeur en die noemde het halve wachtwoord. En mijn moeder zei: Ik heb geen idee waar we het over hebben. Ik denk niet dat u hier op het juiste adres bent. Maar toen wisten we dat die koerier op een gegeven moment gepakt was. En een gedeelte had prijsgegeven, denk ik, om zijn eigen leven te redden.

Mijn vader zat in het verzet. In een groep meer richting Veenendaal, het Binnenveld van Veenendaal, met de Van Steenbergens, Jochemsen en zo, die zaten daar allemaal. En daar had hij alle contacten. En in 1944, voordat de luchtlandingen plaatsvonden, zei hij tegen mijn moeder. “ik kom een aantal nachten niet thuis”. En verder zei hij niks. En moeder wist dan van nou, er zal er wel wat aan de hand zijn. En toen kwamen natuurlijk al die vliegtuigen over. En dat konden mijn moeder en zus gewoon zien vanaf het balkon. Mijn moeder wist toen meteen waar hij mee bezig was. Maar goed, ook daar is hij gelukkig weer van thuisgekomen.

De Zuiderkek in 1940, net na de bouw | Bron: Gemeentearchief Ede. Zie [ hier ] het verhaal van het ontstaan van het Beatrixpark. 

De Beatrixlaan in 2024 | Allard Bijlsma.

Allard: Dat was vast een moeilijke tijd.

Jan Bert: Na zo'n periode, als je dan weduwe wordt, dan is het natuurlijk een hard gelag. In die sfeer ben ik een beetje opgevoed en dat we allemaal natuurlijk onze vader gemist hebben. Als kind zijnde heb ik daar in het Beatrixpark natuurlijk fantastisch kunnen spelen. Alles op een gegeven moment was er omheen: zand en bomen. Soms speelde ik aapje, dus dan slingerde ik van de ene boom naar de andere boom omarmen. En soms ging dat wel eens mis.

Allard: Je ziet er nog steeds wat dennen en sparren her en der tussen de huizen staan. Bij mijn ouders achter in de tuin stonden ook een paar dennen. Die stonden daar in hele arme grond. Ze hadden wel een laagje zwart zand op de tuin aangebracht. Maar er groeide bij ons niks in de tuin.

Jan Bert: Nee, je moest echt veel zwarte grond opbrengen wilde je wat doen met de tuin. Ja. Natuurlijk. Want dat gedeelte daar, daar voetbalden wij wel. Waar jullie dan zijn gaan wonen. Op het veldje tegenover het andere dubbele huis waar Nolen zat en Levison. En Levison in de oorlog, Levison was van Joodse afkomst. Als de razzia zou komen, dan kwamen ze toch zeker bij de vijvertjes de straat binnen. Daar hadden we dan zicht op. En er was een onderdoorgang gemaakt; van het huis van Levison naar dat van Nolen, zodat men op dat moment in ieder geval ontsnappen kon. Hij is toch opgepakt, heeft in Vught gezeten, maar heeft het gelukkig ook overleefd. Hij was directeur van de proeffabriek van de AKU in Arnhem. We hebben naderhand, toen we wat groter waren, die tunnel wel gevonden. Naderhand ging hij ook al naar Amerika en dan kwam hij na zoveel maanden weer terug. En dan kregen de kinderen allemaal een cadeautje van hem. Want op de Beatrixlaan had je dus maar vier dubbele huizen en meer was er niet. Voor mij is het gebied een Eldorado geweest in mijn jeugdtijd.

Onderwijstijd

Allard: Waar ging je naar school?

Jan Bert: Voor de lagere school moest je naar de school met de Bijbel aan de Telefoonweg. Dat was dan een aardig eindje. Mijn oudere zuster en broer zaten daar al op. En toen kwam er een nieuwe school op de Wulplaan.

Allard: Ja, de Groen van Prinstererschool. Daar heb ik ook opgezeten.

Jan Bert: Toen ze dus daar begonnen zijn, ben ik direct daarheen gegaan. Vanaf de eerste klas tot aan bij Van Asselt als hoofd in de hoogste klas. En dan liep ik vanaf huis naar school en stak ik dan de Verlengde Maanderweg over. Als ik daar naartoe liep, dan had je aan de linkerkant allemaal van die heuveltjes. En daar lag allemaal puin op. Dat was op een gegeven moment daar gestort. Het was gedeeltelijk van de AKU, dus het was een soort stortplaats. Daar lag natuurlijk ook puin van de huizen die aan de Verlengde Maanderweg zijn geraakt door de V1. Daar een beetje aan het einde, ter hoogte van de kerk, is toen die V1-bom is gevallen. Daar was ook een hele hoop puin bij ontstaan. Daar stak ik dan recht over en ging daar de Kamperfoelielaan in en dan zo door naar school. Daar had ook een huis gestaan. We liepen gewoon over de fundering van het geraakte huis. Daarnaast zat de familie Krebbers van de violist. En zijn vader was …

Allard: De beroemde Krebbers?

Jan Bert: Ja, de beroemde Krebbers. Zijn vader was portier bij de AKU. En eigenlijk is zijn opleiding voor een groot gedeelte betaald door de AKU. De AKU deed heel veel voor het personeel. Vandaar ook de Reehorst en de sportvelden en het zwembad en zo. Dat is allemaal AKU-werk voor het personeel en de omgeving.

De Groen van Printererschool in 1986 | Bron: Gemeentearchief Ede.

Lees [ hier ] meer over de V1-bom inslag op de Verlengde Maanderweg. Bron: Historisch Museum Ede.

Huizen aan de Beatrixlaan in 1956 | Bron KLM Aerocarto. Klik erop om te vergroten.

Bij (1) zie je het gebouw van het sanatorium en bij (2) het vroegere woonhuis van Murk Balt. Op de plek van (3) ben ik in 1961 geboren.

Lees [ hier ] meer over de violist Herman Krebbers.

Allard: Als we even terug in de tijd gaan, kun je je nog iets herinneren of heb je iets gehoord over het kuuroord wat er bij jullie in het gebied zat?

Jan Bert: Ja, dat heb ik van mijn oudere zussen gehoord: dat ze daar dan wel eens heen gingen, maar dat ze daar niet mochten komen. Daar stonden van die houten huisjes op een draaiplateau. Op een gegeven moment waren ze daar dan aan het kuren, waarbij ze altijd in het zonlicht zaten. Het was altijd een beetje geheimzinnig wat er zich daar afspeelde. Ze mochten daar van mijn ouders niet komen. Maar goed, toch gingen mijn zussen wel natuurlijk. Gewoon kijken. Ze slopen dan langs de bosjes heen om te kijken wat er allemaal gebeurde. Er stonden er een vrij groot aantal van die huisjes. Die stonden eigenlijk als je naar de kerk toe loopt, links daarvan.

En naderhand, wat ik mij kan herinneren, dus dat zal toch ook zeker in 1948 of zo al zijn geweest is daar een dokter Rüdendorf komen wonen. Die had geen kinderen, maar wel een aangenomen zoon, die soms langskwam. Daar hadden wij niet zoveel contact mee. Maar ja, we speelden daar natuurlijk helemaal achter. En die kuuroord-huisjes zijn uiteindelijk weggehaald. Ik kan me daar zelf niks van herinneren dat die draaihuisjes daar gestaan hebben. Mijn oudere zussen wel. Ik heb één zus, die is van 1929, dus die was een jaar of tien toen zij op een gegeven moment ook naar het Beatrixpark verhuisde. En die kon zich dat heel goed herinneren. En mijn andere zus van 1933, die was toen op een gegeven moment een jaar of zes, die wist dat zich ook nog te herinneren.

Allard: waren de vijvers er toen al?

Jan Bert: De vijvers in het huidige Beatrixplein zijn er meteen gekomen toen het wegenplan daar gemaakt is. De Beatrixlaan was een hele gladde weg. Daar kon je fantastisch rolschaatsen en alles. En de Margrietlaan en die Irenelaan, daar zaten dus op een gegeven moment die teerstreken tussen die betonplaten. En wat ik van mijn moeder ook heb meegekregen was dat dat neergelegd was door het bedrijf Bruil. Om op een gegeven ogenblik te kunnen testen, want die heeft aan de aanbesteding meegedaan van het ‘Hazenpad’, van de A12. Die moest ook in beton worden uitgevoerd. En dat hij in de Margrietlaan en Irenelaan heeft uitgeprobeerd hoe dat dan zou werken. Om te kunnen laten zien op een gegeven moment, wat ze als bedrijf konden produceren. Want die wegen lagen er al een hele tijd daar voor de bewoning kwam. We konden daar natuurlijk racen wat we wilden. En er was verder niks.

Allard: Dus de wegen lagen er al voordat de huizen werden gebouwd?

Jan Bert: Ja, dat is op een gegeven moment zo gedaan. En er waren alleen die Irenelaan, de Margietlaan en de Beatrixlaan en dan op een gegeven moment die zijlanen met de Willem de Zwijgerlaan en zo. Maar verder eigenlijk niet, want de rest was gewoon zand. Er was zoveel bos daartussen, dat de militairen daar oefenden. En als er op een gegeven moment dan een oefening was, dan verhuurde mijn moeder de garage aan defensie. En daar zaten ze dan met die radioapparatuur, wat ik natuurlijk verschrikkelijk interessant vond om dat allemaal te zien.

Zonne-huisje van natuurgenezer Murk Balt | Bron Historisch Museum Ede | ingekleurd met AI. Zie [ hier ] het verhaal van het kuuroord in het Beatrixpark. 

Tot 1958 was de NOBO-fabriek gevestigd aan de Verlengde Blokkenweg (foto). In 1960 werd het veel grotere complex aan de Frankeneng betrokken | Bron: Gemeentearchief Ede.

Herinneringen

Jan Bert: En daar heb ik ook voor het eerst van mijn leven een Nobo-koek gegeten. Want dat die er op een gegeven moment: de Nobo-fabriek. En Nobo, dat was van die Nolen die naast ons woonden. De naam Nobo komt van Nolen en van Bokhoven. Zo is de Nobo-naam ontstaan. En Nolen was degene die in de samenwerking de bakker was. Die hebben eerst in Ederveen gezeten. En daarna zijn ze naar Ede gegaan. Mijn ouders en Nolen, zeker dus de vaders, konden het goed met elkaar vinden. Nolen was een hele goede pianist. Dus er werd heel veel gespeeld. Die had van die openstaande deuren en dan werd er gespeeld. Mijn vader is in september 1946 verongelukt, maar Nolen is in juli 1947 ook verongelukt. En dat was wat in zo'n kleine gemeenschap: in één keer twee weduwen waar allebei de mannen met een verkeersongeluk om het leven zijn gekomen.

Jan Bert: En met zijn zoon Piet, daar heb ik dus zo lang als hij leefde, contact mee gehad. Die is ook jaren geleden plotseling overleden. Maar we kwamen veel bij elkaar: motorrijden, met auto’s aan de gang en zo. Tijdens de begrafenis, heb ik veel verteld over de Beatrixlaan. Want er was niemand meer in die groep die iets te vertellen wist van de Beatrixlaan van valk na de oorlog.

Allard: En kun je je ook herinneren wanneer en hoe dan ineens al die huizen om jullie heen kwamen? Want je hebt dan natuurlijk al die tijd. Met die vier huizen en de kerk gezeten. En ineens werden al die straten aangelegd. Want werd al eerst de Beatrixlaan gevuld?

Jan Bert: Ja, eerst werd de Beatrixlaan bebouwd. Eerst verschenen er losse huizen. Er kwamen huizen haaks op de vijver, omdat Tulp op een gegeven moment die dubbele huizen had. En dan zie je wel dat hetzelfde type huizen overal begint te verschijnen. En daar kwamen dan weer ook weer allemaal kennissen op af. Uit de kerkgemeenschap. Zeker als je vroeger kerkelijk was, dan waren natuurlijk de kerkmensen die een gemeenschap vormden.

Allard: Maar dat zou dus betekenen dat door de connectie met (voorheen) eigenaren van de grond, dat er ook veel gereformeerden in die wijk zijn komen wonen daardoor.

Jan Bert: Ja. Dat was ook zo. En je had op een gegeven moment natuurlijk ook, als de kerk begon, dan kwamen die allemaal bij ons langslopen. Dus wij wisten op een gegeven moment: als we niet gingen, mochten we niet recht op in de kamer staan. We moesten langs de bloempotten kijken.

Jan Bert: Het streeklyceum is opgericht door Rippen. Er was natuurlijk wel het Marnixcollege, maar dat was meer vrijzinnig. Dus zo zie je dan dat wie religieus zeer betrokken is en wat muntjes heeft, ja, die sponsoren dat. Zo ging dat in die tijd. De katholieke kerk aan de Ganzeweide is duidelijk gesponsord door Kuin van het bouwbedrijf aan de Oortveldlaan. En die heeft op een gegeven moment samen met Rijsemus de Vishandel, die ook katholiek was, de Goede Herderkerk gepromoot.

Vertrek uit de buurt

Allard: Je hebt dus eigenlijk je hele jeugd in de Beatrixlaan gewoond, hè? Want je hebt eerder verteld dat je in 1968 bent vertrokken.

Jan Bert: Mijn moeder is daar blijven wonen. Ik ben toen getrouwd. Ik kon een flatje krijgen op de Proosdijerveldweg. Achteraan en vierhoog. Nog geen lift erin. En daarna ben ik naar de Hogerhorst gegaan. Ik kon toen een drive-inwoning krijgen op de Hogerhorst. En daar heb ik gezeten totdat jongste naar de middelbare school ging. Toen heb ik grond gekocht in Bennekom en daar een huis laten bouwen. Ik heb lang in Amsterdam en later in Rotterdam gewerkt. Ik ging dan elke dag vroeg op pad en was laat weer thuis. Dan was ‘ochtends op kantoor en ging ik ’s middags naar klanten.

Allard: En hoe liet je de buurt achter in 1968?

Jan Bert: Ja, die was natuurlijk al gegroeid met alle huizen op die Irenelaan. En toen kwam ook de Albertine Agneslaan erbij. Dat is ook allemaal volgebouwd. De flats aan de Anne van Burenlaan en de Juliana van Stolberglaan, die waren er al wel. Want die zijn eerder gekomen dan de huizen hier. Ik was denk ik 13 toen ze dus begonnen te bouwen aan de Beatrixlaan. En volgens mij, 13, dan was het 1958. Ik dacht dat die in 1955 of zo, zijn gebouwd. Iets in die richting.

De bekende Nobo-sprits | 1968 | Bron: Gemeentearchief Ede.

Van 1961 tot 1976 zat het Streeklyceum aan de Irenelaan, in het Beatrixpark | Bron: Gemeentearchief Ede. Lees [ hier ] meer over de geschiedenis van de school. 

Deze flat aan de Proosdijerveldweg, heeft vier bouwlagen, wat één bouwlaag hoger is dan gebruikelijk bij een flat zonder lift | 2022 | Allard Bijlsma.

Kenmerkende drive-in woningen aan de Hogerhorst in Veldhuizen | 2025 | Allard Bijlsma.

Allard: En als je er nu terugkomt, heb je dan een beetje nostalgische gevoelens?

Jan Bert: Nee, ik heb er wel altijd met plezier gewoond. En je weet gewoon dat alles verandert eromheen. Mijn moeder is er nog een tijd blijven wonen. Die is toen naar de Albertine Agneslaan gegaan. Daar werden flats voor bejaarden gebouwd: de Cavaljéflats.

Allard: Die zijn alweer afgebroken. Er staan alweer nieuwe flats.

Jan Bert: Ja, exact. En die Cavaljéflat, dat was in wezen ook weer geld van meneer Cavaljé. Die heeft allerlei legaten nagelaten. En die mochten alleen maar gebruikt worden voor de ouderen. En toen heeft mijn moeder daar een flat gekregen en heeft ze daar een tijd gewoond. Ze is in 1988 overleden. Ik heb altijd kunnen zorgen voor haar en daar ben ik heel blij mee. Ja. Want eigenlijk het belangrijkste wat ik wel geleerd heb is: mijn moeder heeft mij nooit laten vallen. En dat is denk ik gewoon waarom ik zo ver gekomen ben.

Jan Bert: Ik ben in Ede blijven trainen en sporten: ben nog steeds actief. Ik doe ook al lang aan atletiek. Dat doe ik bij atletiekvereniging Climax; die is in 1958 opgericht. En daar was ik ook bij de oprichtingsvergadering.

Allard: Dat zit bij de Hoekelumse Eng?

Jan Bert: Ja. Eerst hebben we achter de Reehorst gezeten. Dat gebied konden we gewoon gebruiken. En naderhand heeft de gemeente toen alles van de AKU overgenomen. De gemeente wilde daar huizen bouwen. Ik kon ik er op een gegeven moment met de gemeente voor aan tafel. Ik ben toen ook bij alle partijen op hun spreekuren geweest. Ik heb ze laten zien wat de grond, wat dus dat sportterrein achter de Reehorst, zou kunnen opbrengen. En die nieuwe grond op de Hoekelumse Eng had natuurlijk een heel andere prijs. Ik hen toen gezegd: “dan kan er daar ook een goede atletiekbaan komen”. Ik het toen voor elkaar gekregen dat daar een kunststofbaan werd neergelegd met een clubgebouw, zodat het er nog mooier van is geworden. Ik ben jaren voorzitter geweest van de club. En nog steeds doe ik daar dingen. Ik ga nog steeds op maandagavond kogelstoten en discuswerpen. En zo blijf je actief.

Allard: Nou, ik hoop dat je dat nog lang mag blijven doen. Ik ga op de stopknop drukken. Zeer bedankt voor je verhaal.

Jan Bert: Ja, graag gedaan.

Allard: Ik denk dat andere mensen hier weer veel van gaan leren en opsteken.

Jan Bert: Ja, dankjewel.

Op deze plek stond de Cavaljéflat aan de Louise Henriettelaan, ook in het Beatrixpark | Allard Bijlsma.

Luchtfoto van de atletiekbaan van Climax op de Hoekelumse Eng | 2007 | Bron: Gemeentearchief Ede.


Jan Bert Hartog | 1 september 2026 | Foto gemaakt door: Allard Bijlsma


Een oude vliegden herinnert aan het Maanderzand | 2023 | Allard Bijlsma

Op deze plek stond het sanatorium van Murk Balt | 2023 | Allard Bijlsma

Interieur van de Beatrixkerk | 2025 | Allard Bijlsma