De Kreelsche Plaes | kort verhaal

Kort verhaal, uit de bundel 'Een schetsboek van leven', geschreven op 18 februari 1983. Het speelt rond de Kreelse Plas bij de Eder Heide. Auteur: Allard Bijlsma.


Twee mannen sluipen door de struiken en kleine boompjes gaan es rond de waterplas. Hun schreden aa door bosbes en stugge struikheide. De langste van de twee houdt plots in en wijst in het duister voor hem. Ze zijn bij de zuidkant van de plas beland en zien tot hun grote schrik datgene waar zij voor gekomen zijn: het monster!

In één keer worden al die wilde verhalen die daarover de ronde doen bewaarheid. Een grote druipende gedaante plast vanuit het water de kant op en verdwijnt in de nacht. Opzichtig gekraak van struiken verraadt zijn pad. De twee toekijkende mannen begeven zich voorzichtig achter het zwarte gedrocht aan. Na enige minuten lopen horen ze een plons. Het monster moet in de zich daar bevindende Heidebloemplas verdwenen zijn. Als zij bij de plas komen en om zich heen kijken is er niets meer te zien en niets meer te horen dan het vriendelijk ruisen der bomen en het geritsel van wat dorre bladeren in de wind. Het monster moet zijn opgegaan in het ondiepe water; verdwenen.

Geheel uitgeput komen de mannen via het stenen pad weer in het slapende Ede waar de volgende dag al hun relaas in de krant verschijnt. De mensen schudden hun wijze hoofd en lachen schamper. Maar heel regelmatig wordt de 'Kreelsche Plaes' in de daaropvolgende maanden gesignaleerd. Nooit komt men tot een aannemelijk verklaring voor de aanwezigheid van gedrocht. Tot die tijd zullen alle instanties slechts hun hoofd schudden. Als Ede slaapt is de 'Plaes' op pad, u bent gewaarschuwd ....

De Kreelse Plas, nabij de Kreel, aan de rand van de Eder Heide. Foto's: (c) Allard Bijlsma.